De oorlog van mijn vader
Boek over oud-Damster
wijlen Ben van Hasselt
appingedam — "De oorlog van mijn vader" is de titel van het boek dat communicatieadviseur
Ron van Hasselt (64) heeft geschreven over zijn in 1994 in de stad Groningen overleden vader
Ben van Hasselt. Die werd in 1911 in Appingedam geboren, doorliep er de kweekschool en werd vervolgens onderwijzer in Glanerbrug. Toen de nazi-Duitsers in 1940 ons land binnenvielen, vluchtte Van Hasselt met zijn verloofde naar Engeland. Hij hielp vier jaar later Nederland bevrijden en moest vervolgens tot de ontstellende ontdekking komen dat zijn familieleden, die niet de kans hadden gehad om te vluchten, door de bezetter waren vermoord in vernie-tigingskampen. Ron van Hasselt schreef behalve dit indringende boek ook een artikeltje voor
Damster Kraant.
Damster forum gestopt
wegens gebrek
aan belangstelling
appingedam — Het forum
Appingedam aan de lijn, dat ruim twee jaar aan deze website verbonden is geweest, heeft opgehouden te bestaan. Er was de laatste tijd nauwelijks nog belangstelling voor dit discussieplatform. Feitelijk kon je vaststellen dat het Damster forum was doodgebloed; waarschijnlijk mede door de toenemende concurrentie van sociale media als
Twitter en
Facebook.
Gescheurde toren met
lang gedicht uitgeluid
appingedam — Als je de Damster toren zo fier ziet staan naast de Nicolaïkerk, sta je er niet direct bij stil dat dit bouwwerk 'nog maar' 175 jaar oud is. De toren werd in 1835 gebouwd als derde op rij. De twee voorgangers van de huidige toren, waarvan de eerste zo rond 1250 gelijktijdig met de bouw van de kerk gezet moet zijn, hebben de tand des tijds nu eenmaal niet weten te overleven.
Toen tegen 1835 de oude toren als bouwval tegen de vlakte moest, hield de toenmalige burgemeester – mr.
Synco Reijnders – een denkbeeldig tweegesprek met de "eerwaardige brommer" en zette dat op rijm. Bij zijn lange gedicht stond een tekening, die aan duidelijkheid niets te wensen overliet: de noordelijke torenmuur vertoonde een brede scheur van boven tot onder. De nieuwe (dus huidige) toren werd een paar jaar later met eveneens een gedicht verwelkomd dat werd geschreven door
T. Raven Hz.
51 klokken
Vandaag de dag beschikt de Damster toren over een carillon van 51 speelklokken. Elk kwartier strooit dat een van zijn vier deuntjes uit over de stad. Om dat prachtige carillon meer bekendheid te geven bestaat de
Stichting Damster Klokkenspel.
Henk Dijkstra, secretaris van die stichting, schreef voor de
Damster Kraant een artikel over de geschiedenis van de Damster toren(s). Hij legt ook uit hoe het carillon aan 51 bespeelbare klokken komt.
"Heel Appingedam" op de film
Constantijn Huygens in
film van Johan Adolfs
appingedam —
Albert Nicolaas Tonsbeek. Hervormd predikant was-ie, maar op 11 augustus 1955 ook heel even filmster. Hij speelde de scène
Ochtendwandeling in de Kniestraat. Als een volleerd acteur, quasi-nonchalant lachend naar de camera. Jammer dus dat Appingedam zijn aimabele zieleherder niet op het witte doek heeft teruggezien. De film zou
21 februari 1956 worden vertoond, maar die vertoning is zo goed als zeker niet doorgegaan.
Ds. Tonsbeek "speelde", zoals zoveel Damsters die dag, in een
Adolfs-film. Wijlen zakenman
Johan Adolfs uit Enschede liet tussen 1948 en 1970 maar liefst 1500 van die films maken, waaronder zeker honderd in de provincie Groningen. Zijn bedrijf
Klank-Film Enschede werkte (onder meer) onder auspiciën van de
Nederlandse Federatie van Harmonie- en Fanfaregezelschappen. Bij die neutrale "koepel" was
Constantijn Huygens niet aangesloten en toch was dat muziekkorps opdrachtgever en hoofdrolvertolker; niet het
Damster Stedelijk Harmonie Orkest (DSHO). Mede daardoor werd het een heel bijzondere film.
Wie was Meinst Hilgedag?
Redder van Appingedam
geëerd met nieuwe brug
appingedam — Tussen
De Tip, het voormalige gasfabriekterrein aan het einde van de Molenhorn, en de Fivelkade overspant sinds enige tijd een voetgangers- en fietsersbrug het Damsterdiep. Na een grondige sanering, waarmee de gemeente druk bezig is, zullen op
De Tip woningen worden gebouwd. De brug is bedoeld als alternatieve route tussen het centrum, de nieuwbouwlokatie en de Westersingel richting Tjamsweer (en weerom). Op de brug staat in hoofdletters
hilgedag, de naam van de man naar wie de oeververbinding is vernoemd.
Wie was die
Meinst Hilgedag eigenlijk? Hij kwam uit Oost-Friesland en heeft aan het begin van de zestiende eeuw een belangrijke rol gespeeld in de verdediging van Appingedam tegen de stad-Groningers. Als uitstekend zwemmer wist de moedige Meinst in het nachtelijk donker een stuk drijvend geschut van zijn ankers los te maken en de vesting in te slepen. Zo werd het aanvalskanon van de Stadjers een vervaarlijk verdedingswapen voor de Damsters. Door het huzarenstukje van Meinst Hilgedag wisten de Damsters zich nog jarenlang de Stadjers van het lijf te houden.
Aardbeien in 't Gouden Pand
Fietsen aan de kant
voor Blaupot-feest
appingedam — In het Gouden Pand aten ze vroeger aardbeien omdat... het in een testament stond. Het was
Jan Blaupot die rond 1800 uit dankbaarheid voor genoten burenhulp een fonds stichtte met een kapitaaltje van 300 gulden. Van de rente, twaalf gulden per jaar, mochten zijn buren jaarlijks een feestje vieren met een "eerdbessenmaal" ter afsluiting. Dat gebeurde altijd in de zomer als de aardbeien plukrijp waren en er voldoende aanvoer was. Tot halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw hebben de bewoners van de zuidelijke helft van het Gouden Pand die traditie volgehouden, ook al moesten er een enkele keer zo'n honderd fietsen voor opzij worden geschoven. Het bewaard gebleven, in perkament gebonden
Blaupotboek vertelt het bijzondere verhaal van de Damster aardbeieneters. Dit unieke notulenboek lag jarenlang in de opslag van het
Museum Stad Appingedam, maar wordt sinds enige tijd achter beschermend glas tentoongesteld.
Gouden Pand 12 en 14
En nu we het toch over het Gouden Pand hebben: mijn wieg stond in die straat, om precies te zijn in het dubbele huis op nummer 14 waarin nu een horeca-bedrijf is gevestigd. Wat mij als kind eigenlijk nooit zo was opgevallen, is dat het huis een heel apart topgeveltje heeft, te weten een mix van klok- en trapgevel. Uit architectonisch oogpunt is dat misschien een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet (daar heb ik geen verstand van), maar toen ik een tijdje terug voor deze weblokatie enkele foto's van het huis knipte, vond ik het gewoon een leuk detail.
Zeldzame speld uit de jaren dertig
DAM-medewerkers
op Amerikaanse toer?
appingedam — Een tijdje geleden kwam een zeldzame speld boven water via
Marktplaats. Het is een knoopsgatspeld uit de jaren dertig van de vorige eeuw, waarop – naast het Amerikaanse automerk DODGE – de afkorting
"D.A.M." staat vermeld. Het ding moet indertijd gedragen zijn door het personeel van de DAM dat betrokken was bij de verkoop en/of het onderhoud van personenauto's, want de DAM verkocht in die vooroorlogse jaren Dodge automobielen. De speld is in Nederland waarschijnlijk tamelijk zeldzaam. Het is een typisch Amerikaans ding. In de Verenigde Staten is het jarenlang de gewoonte geweest dat het personeel van autodealerbedrijven een speld in het knoopsgat droeg van het automerk dat de dealer verkocht. Voorzover is na te gaan nam die "mode" in Nederland geen hoge vlucht, maar bij de DAM deden ze het blijkbaar graag na.
Kortom, een speld met een interessant verhaal. Ook over de gebroeders Dodge, die zo te zien de Jodenster in hun allereerste merkembleem verwerkten, terwijl
John en
Horace Dodge absoluut niet van joodse afkomst waren. Deden ze het misschien om concurrent
Henry Ford te jennen? Of vormden die twee driehoekjes in het merk helemaal geen
Ster van David? Een spannend stukje autogeschiedenis op een speld die ooit moet zijn gedragen in een Damster knoopsgat.
Halve eeuw DAM

Spannend is ook de geschiedenis van de DAM zelf. Helaas kwam in 1970 een eind aan dit stukje lokale transporthistorie door de inlijving bij de GADO, die intussen ook al niet meer bestaat maar opging in het fusiebedrijf Arriva. En dat werd op zijn beurt met ingang van december 2009 vervangen door de busonderneming QBuzz, die een concessie heeft verworven voor zes jaar.
Weet je nog hoe de plaatsbewijzen van de DAM er uitzagen? Een retourtje had een onbestendig roze-achtig kleurtje, een enkeltje was grauwwit. Maar er is één troost: bus 154 rijdt nog bij speciale gelegenheden. Hij staat doorgaans te glimmen in het
Nationaal Bus Museum in Hoogezand, maar is te huur, compleet met een bevoegde chauffeur. Zo kruiste de 154 een jaar of wat geleden zeer verrassend mijn pad.
Dankzij Otto Sterman
Eben Haëzer in volle
glorie gerestaureerd
appingedam — Op een avond in 1970 wandelde de unieke verhalenverteller
Otto Sterman door de Damster binnenstad. Hij werd op slag verliefd op het volgens de muurankers uit de zeventiende eeuw daterende pand
Solwerderstraat 18. Sterman had nog de zelfde avond een eerste gesprek met de makelaar. Hij kocht het huis en liet het deskundig restaureren, waardoor we het nu kennen als
Eben Haëzer.
Het echtpaar Sterman gebruikte het mooie huis meer dan vijfentwintig jaar lang als weekend- en vakantiewoning. Otto Sterman was zodoende weliswaar geen officiële inwoner van Appingedam, maar hij zette wel een onmiskenbaar stempel op de mooie Damster binnenstad. Ter nagedachtenis aan deze bijzondere "Damster" zou een jaarlijks terugkerende
Dag van de Vertelkunst een prachtig evenement kunnen zijn dat heel goed valt in te passen in de Kunst- en Cultuurdagen van het
Cultureel Platform Appingedam.
Initiatief oud-Damster Cees Briek
Zang uit de jaren 50
bijeengebracht op cd
appingedam — Oud-damster
Cees Briek heeft een 'remake' laten maken van het repertoire dat in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw werd gezongen door in die tijd bekende koren uit Appingedam: de
Damster Wichter, de
Damster Jongens en de
Damster Beudels. Die koren waren opgericht door en stonden onder leiding van de zanglerares
Gien Smith-Bouman†, hiernaast afgebeeld. Het is een uit historisch gezichtspunt interessante dubbel-cd geworden met een schat aan verloren gewaand materiaal. Er staan maar liefst meer dan vijftig nummers op.