damster kraant
www.damsterkraant.nl
'stadt appingadam' — Een prachtig stadsgezicht, in 1665 geschilderd door Claes Hendericx. Het schilderij hangt in de raadzaal van het historische Oude Raadhuis. De toren is de tweede Damster toren. Ze werd halverwege de zestiende eeuw (omstreeks 1554) gebouwd en doorstond bijna drie eeuwen. In 1835 werd deze toren wegens bouwvalligheid vervangen door de huidige. Zo te zien was die tweede toren een stuk imposanter dan de toren van nu.
Foto beschikbaar gesteld door de gemeente Appingedam
Bewogen geschiedenis Damster toren
Mooi carillon met 51 speelklokken
laat elk kwartier melodietje horen

Door
Henk Dijkstra, secretaris
Stichting Damster Klokkenspel
appingedam — Hoeveel Damsters neuriën of fluiten niet ongemerkt de deuntjes mee die letterlijk met de regelmaat van de klok (elk kwartier, om precies te zijn) door het carillon van de Damster toren over de stad worden uitgestrooid? De Damster toren is net zo onmiskenbaar aan Appingedam verbonden als de hangende keukens boven het Damsterdiep. Dit artikel gaat over de eeuwenoude en bewogen geschiedenis van de toren. Of, beter gezegd, van de torens, want de huidige toren naast de Nicolaïkerk is de derde in successie.
in en op deze plaats
van den bouwvalligen en tot
den grond gesloopten nicolaïkerktoren
is deze, op grotendeels nieuwe grondzuilen
gebouwd in het jaar mdcccxxxv door de zorg der
kerkvoogden van de hervormde gemeente te appingedam
De eerste toren dateert uit de bouwfase van de kerk (circa 1250) en stond tegen de westwand van de kerk aan. Na de afbraak in 1554 is op de fundamenten een portaal gebouwd met op de eerste verdieping de balgenkamer van het orgel. De huidige trap door de westmuur naar het orgel was oorspronkelijk dus de trap naar de toren. De tweede toren werd direct daarna vrijstaand, acht meter ten noorden van de kerk, gebouwd en had een (wellicht) meer bij een stad passende vormgeving. Een stadsgezicht van de schilder Claes Hendericx uit 1665 en een tekening, in 1834 – vlak voordat de toren werd afgebroken – gemaakt door J.H. van Calker, geven een goede indruk van het imposante bouwwerk van toen. Een gevelsteen in de noordmuur van de huidige toren vertelt waarom de tweede toren werd gesloopt en de huidige werd gebouwd.
De eenvoudige vormgeving zal hebben samengehangen met de middelen die men op dat moment voor de onvermijdelijke bouw beschikbaar had. Een vierkante onderbouw in baksteen, op de begane grond, in noord-zuidrichting poortvormig opengelaten en voorzien van vier vensters en vier keer twee galmgaten, wordt bekroond door een achtzijdige houten lantaarn met een hoge, met leien afgedekte spits. De toren is 42 meter hoog. Afgezien van de gewijzigde verstevigingconstructie in de lantaarn, in verband met de veranderde klokkenopstelling van het carillon in 1979, is het uiterlijk van de toren sinds 1835 ongewijzigd. Inwendig zijn evenwel vele aanpassingen gedaan als gevolg van de veranderingen aan het uurwerk, de luidklokken en het carillon.

De Damster toren in volle glorie. Op de voorgrond het historische Raadhuis van Appingedam, waarin onder meer het boven dit artikel afgebeelde schilderij uit 1665 hangt.
Copyright © 2010: Henk Dijkstra
Ongetwijfeld zal de eerste toren vanaf het begin van één of meer luidklokken voorzien zijn geweest. Daarover is niets bekend. Wel goot Geert van Wou jr. uit Kampen in 1544 een nieuwe klok voor Appingedam. Die is ongetwijfeld meeverhuisd naar de nieuwe toren. De klok is door de inwoners van Groningen omstreeks 1580 in hun Martinitoren gehangen en in de loop van de 17de eeuw verkocht naar Veendam. Daar kwam ze na de Tweede Wereldoorlog gescheurd terug. Ze werd aanvankelijk gelast maar in 1958 werd ze omgesmolten tot grondstof voor het eerste carillon in de Veendammer toren.
Handmatig
In 1722 leverde Mamees Fremy uit Weener twee nieuwe klokken. Eén daarvan werd in 1763 hergoten door Johan Borchhard uit Enkhuizen, de andere werd bij de torenafbraak in 1835 verkocht. De Borchhard-klok overleefde de tweede Wereldoorlog niet en werd in 1949 vervangen door een nieuwe klok, gegoten door Van Bergen uit Heiligerlee. Bij de uitbreiding van het carillon in 1991 werd een tweede luidklok aangebracht, in 1953 gegoten door Eijsbouts uit Asten voor een kerk in Amsterdam en in 2000 een derde, mede ter markering van het nieuwe millennium, gegoten door Petit & Fritsen uit Aarle-Rixtel. Deze luidklokken, in do-re-mi-samenstelling, worden handmatig geluid.
In 1620 goot de uit Lotharingen afkomstige klokkengieter François Simon een klokkenspel van dertien klokken voor de Damster toren. Deze moesten de tien speelklokken, die in 1580 door stad-Groningers werden ontvreemd, vervangen. Dit spel werd aanvankelijk drie keer en later twee keer per dag bespeeld. Er was geen automatisch spel bij het uurwerk. Bij de bouw van de nieuwe toren in 1835 werd zes Simon-klokken opnieuw gebruikt en acht nieuwe klokken toegevoegd door de klokkengieter Andries Bergen uit Midwolda. Bij de restauratie van het aanpalende Raadhuis in 1911 werd het oude spel vervangen door een geheel nieuw carillon van vijfentwintig klokken, gegoten door de Engelse klokkengieter John Taylor. Het werd geïnstalleerd door de in Amsterdam gevestigde uurwerkmaker J.H. Addicks, die ook de speeltrommel leverde voor het automatisch (mechanisch) afspelen van het uurwerk. Het carillon werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gevorderd door de bezetter maar kwam gelukkig daarna wel terug.
Speeltrommel terug
In 1959 werd het carillon heringericht en met twaalf kleine klokken uitgebreid door Van Bergen uit Heiligerlee. De speeltrommel verdween en werd vervangen door een ponsbandsysteem. Deze uitbreiding werd in 1979 vervangen door nieuwe klokken door Petit & Fritsen en met twee extra aangevuld tot 39 klokken. Het niet goed functionerende klavier werd in 1991 vervangen bij een uitbreiding tot de standaardomvang van vier octaven (vijftig klokken), eveneens door Petit & Fritsen. Klokkengieterij Reiderland uit Beerta bracht in 1999 opnieuw een speeltrommel aan, afkomstig uit Gorinchem. Niet alleen omdat het ponsbandsysteem niet goed voldeed, maar ook en vooral omwille van de authenticiteit.
Luister naar het Damster carillon
Een 'ouderwetse' mechanische speeltrommel past nu eenmaal beter bij het historische karakter van de Damster toren. Dankzij
de inspanningen van de Damster stadsbeiaardier
Adolph Rots kwam de unieke gelegenheid voorbij om weer een speeltrommel in het bezit te krijgen, deze grondig te
restaureren, speelklaar te maken en op de plaats
van de oorspronkelijke te installeren. De praktijk heeft inmiddels ruimschoots bewezen, dat zo'n
loodzware kolos een stuk bedrijfszekerder is dan het ponsbandensysteem (torens zijn over het algemeen geen geschikte omgeving voor gevoelige
apparatuur), want de reusachtige speeldoos
heeft Appingedam nog geen seconde in de steek gelaten. De melodietjes in de speeltrommel worden viermaal per jaar vervangen (verstoken, zoals dat met een vakterm heet): in januari, mei, september en in december, direct na Sinterklaas (kerstliedjes).
In 2000 werd de millenniumklok (in de toonsoort
f1 en ongeveer negenhonderd kilo zwaar) ook bespeelbaar gemaakt vanuit het klavier, waardoor het carillon nu 51 klokken omvat.
Van het Simon-klokkenspel uit 1620 is één klok bewaard gebleven; deze bevindt zich nu in het Museum Stad Appingedam. Eén Van Bergen-klok uit 1834 is opgesteld in de Burgerzaal van het Raadhuis. Voor de Addicks-speeltrommel uit 1911 is een museale, werkende opstelling gevonden in het Klokkengieterijmuseum in Heiligerlee.
De Stichting Damster Klokkenspel (secretariaat: Kniestraat 6) stelt zich tot doel om in nauwe samenwerking met het gemeentebestuur de monumentale toren en beiaard bij een breed publiek onder de aandacht te brengen. Daarnaast heeft de stichting belangrijke bijdragen geleverd aan de fondsenwerving voor de in het verleden uitgevoerde uitbreidingen van het carillon en voor het verwerven en aanbrengen van de huidige speeltrommel.
Tijdens de jaarlijkse manifestaties zoals Open Torendag en de Open Monumentendagen en op afspraak is de toren geopend voor het publiek.
Er zijn concrete plannen om een grondige renovatie en restauratie van het trappenhuis uit te voeren, waardoor de toegankelijkheid aanzienlijk verbetert en een museale presentatie over de toren en het carillon kan worden bewerkstelligd.
DANK AAN:
• Adolph Rots te Garrelsweer, stadsbeiaardier van Appingedam.
• Gemeente Appingedam, die de foto van het schilderij van Claes Hendericx beschikbaar stelde.
=========================
Auteur: Henk Dijkstra
E-mail: