damster kraant
www.damsterkraant.nl
Hilgedagbrug
De voetgangers- en fietsersbrug over het Damsterdiep, tussen De Tip en de Westersingel. Een alternatieve route, mede voor de toekomstige bewoners van de nog te bouwen huizen op het voormalige gasfabriekterrein. De brug is vernoemd naar Meinst Hilgedag, de Oostfries die in het begin van de zestiende eeuw een heldenrol speelde door tijdens de Stadse belegering zwemmend een stuk drijvend geschut van de Stadjers te kapen.
Copyright © 2010: Henk Dijkstra

Meinst Hilgedag draait aanvallers zwemmend een loer

Verovering drijvend geschut behoedt
Appingedam voor Stadse bezetting

Henk Dijkstra Door Henk Dijkstra, lid Damster gemeenteraad
appingedam — Rond 1500 werd graaf Edzard het stadhouderschap over de Ommelanden toevertrouwd en hij slaagde er in de Groningers uit deze gebieden terug te dringen, nadat die nog in 1501 een hevige aanval op Appingedam hadden uitgevoerd. Daarbij was de borg Dijkhuizen ingenomen, die door Eggerik Ripperda wel wat al te gauw was overgegeven. De borg werd platgebrand en de bemanning werd in krijgsgevangenschap naar Groningen afgevoerd. Groningen voelde zich sterk genoeg om zijn pogingen, meester te worden in de Ommelanden, voort te zetten. Het had een ongeregelde bende, 'de Zwarte Hoop', in dienst genomen, met de bedoeling dat die Appingedam zou veroveren. "Te vuur en te zwaard" zouden de huurlingen het stadje aan Groningen overleveren en daarvoor 7000 Rhijnse gulden ontvangen.
Op 18 mei 1501 kwam deze bende voor Appingedam. De Zwarte Hoop bestond uit 4000 krijgslieden, aangevuld met 3000 Groninger manschappen, een geduchte krijgsmacht die Appingedam kwam insluiten. Graaf Edzard hield een wakend oog op Appingedam. De hertog van Saksen had hem een inkomen van 30.000 gulden uit belastingen beloofd, om daarmee de steun van de graaf tegen de Groningers veilig te stellen. De Damsters waren echter gewaarschuwd. Zij versterkten hun vesting door de nieuwe stadsgracht over De Wierde langs het klooster te graven. Graaf Edzard zond veel arbeiders uit Kleijoldampt(¹) om deze gracht langs de Notwech(¹) zo spoedig mogelijk op diepte te hebben. Bovendien stuurde de graaf nog 100 krijgsknechten. De verdediging van Appingedam stond onder leiding van de hoofdelingen Proost Haije Ripperda, Aepke van Ewsum en diens beide broers, de jonkers Roelef en Wigbolt.
Dutmer Rengers, Asege den Ham en veel hoofdelingen, die Groningen vijandig gezind waren, waren aanwezig om de burgers van Appingedam in hun strijd aan te moedigen en aan te vuren. Ook veel burgers uit Oost-Friesland hadden aan het verzoek om de Damsters hulp te bieden, gehoor gegeven. Zo stonden de kansen voor Appingedam bepaald niet slecht! Een grote tegenslag was echter dat de Groningers waren versterkt met een afdeling Gelderse troepen. Op Hemelvaartsdag trokken ze langs Dijckhuizen en doodden vele Damsters aan de zuidkant van de vesting. Zij wilden "Frou Beteken huesz" bestormen, gingen 's avonds naar Opwierde en Farmsum. Ze sloegen bij Solwerd een brug over het Damsterdiep en legerden zich in Opwierde en Solwerd.
Ook de Zwarte Hoop legerde zich aan de oostkant van Appingedam. Nog op Hemelvaartsavond werd het Blokhuis te Delfzijl bestormd, want daar lag een Damster bezetting van 35 man. Deze moest de sluizen bewaken en er voor zorgen, dat Appingedam de verbinding met de zee kon behouden. De overmacht was echter veel te groot, het Blokhuis viel en de bezetting werd zonder pardon over de kling gejaagd. Slechts één man overleefde de slachting en redde op avontuurlijke wijze zijn leven. Met een kaas onder de arm liep hij snel tussen de aanvallers door en deed alsof hij het Blokhuis mee had bestormd en die kaas als krijgsbuit had meegenomen. Die gebruikte hij om zijn 'strijdgenoten' te trakteren.

'Warm' onthaal met teer en spek
De vijanden sloten de stad steeds nauwer in. Ze duwden wagens met hooi tegen de Solwerderpoort en naar "heer Bolten huesz" en "Luitken huesz". In Appingedam was ook een en al bedrijvigheid. Iedereen hielp mee aan de verdediging. De mannen hadden hun plaatsen op de wallen ingenomen en de kloosterlingen zorgden voor de aanvoer van stenen en vlinten en hielden wacht om branden te voorkomen. Vrouwen en kinderen sleepten kookpotten naar de wallen en vlochten kransen van hoepels, vlas, wol, teer en spek. Zelfs ongebluste kalk werd klaargezet om de aanvallers 'warm' te ontvangen.
De verdedigers maakten zich geen illusies over een zachte en menselijke behandeling van de kant van de aanvallers, als deze er in zouden slagen de stad binnen te dringen. Op de avond van Pinksteren werd de aanval ingezet. Met grote dapperheid werden de belagers afgeweerd en moesten de Groningers onder grote verliezen hun eerste poging opgeven. De Groningers riepen verse troepen onder de wapenen. Overal lagen nu de belegeraars: in Solwerd, Opwierde en bij Tjamsweer. De Groningers maakten bruggen op wielen om over de gracht te komen en door stormkatten tegen de wallen te plaatsen. Ze wierpen bij de stadswallen zelfs stormschansen op en probeerden de stadgracht leeg te laten lopen. De stormaanval begon opnieuw en onder uren aanhoudend vuur drong de vijand steeds dichter naar de wallen, waar ze met kokend water, brandende pekkransen en ongebluste kalk werden ontvangen.
Uit de kerken en het klooster werden het Heilige Sacrament en het Heilige Kruis naar het Bolwerk gedragen om daarmee de verdedigers aan te vuren in hun strijd. Voor de tweede keer deinsden de Groningers terug, maar ze bedachten steeds nieuwe plannen om naar binnen te komen. Een zwakke plek in de verdediging was de plaats waar het Damsterdiep de vestingwerken onderbrak. Hier was slechts een houten staketsel gemaakt en daarop hadden de Groningers het nu gemunt. Ze bevestigden twee schepen op elkaar en installeerden daarop groot geschut. De Damsters noemden dit gevaarte De Ark. Het werd midden in het Damsterdiep met ankertouwen vastgemaakt aan de palen van de slagboom bij Dijckhuizen. Het vuur van dit geschut richtte enorme verwoestingen aan, waartegen de Damsters in eerste instantie machteloos stonden.
De Ark gekaapt
Goede raad was duur, tot de Oostfries Meinst Hilgedag, een uitstekende zwemmer, zich aanbood om in het donker naar de Ark te zwemmen, deze los te maken en de uiteinden van de ankertouwen vervolgens naar de vesting te trekken. Zo konden helpende handen het gevaarte binnen de vesting slepen. De list slaagde. Het stadsbestuur beloonde Hilgedag met twee goudguldens en nu kon het vijandelijke geschut in omgekeerde richting worden gebruikt. Zo heeft ook Appingedam zijn Rochus Meeuwisz (¹).

Inmiddels was graaf Edzard met een ontzettingsleger bij Reide, Termunten en Oterdum geland. Dit leger groeide met de komst van de Budjadingers(¹) en de burgers van Emden tot en strijdmacht van maar liefst 20.000 man, die vervolgens hun kamp opsloegen bij Farmsum. Maar ook de Groningers zetten door en nog zeven keer werd de aanval op Appingedam ingezet en zeven keer werd de aanval afgeslagen.

Graaf Edzard versloeg uiteindelijk de Groningers en zij werden bij de Oosterpoort in Appingedam binnengelaten. De Groningers aan de westzijde van Appingedam wisten nog niet dat de slag verloren was. Plotseling zagen ze de Westpoort opengaan en het grote leger van Edzard stortte zich vervolgens op de totaal onvoorbereide vijand. Ook de Damsters waren bij deze aanval van de partij en overvielen via het Bolwerk de Groningers in hun schansen. In paniek sloegen de Groningers op de vlucht, achternagezeten door de troepen van graaf Edzard en de Damsters. Pas in 1514 werd Appingedam uiteindelijk door het leger onder leiding van Georg van Saksen op bloedige wijze ingenomen. Niemand werd gespaard en zelfs tot in de Nicolaikerk werd de strijd voortgezet. 1136 mensen moeten zijn gedood en slechts 150 mannen wisten aan de slachting te ontkomen.

Uiteindelijk wilde de stad Groningen dat Appingedam weerloos zou worden en daarvoor werden de wallen geslecht en de grachten gedempt. Officieel zijn Stad en Ommelanden in 1536 een provincie geworden. Door deze veranderingen leek het er op dat de band met Oost-Friesland voorgoed zou zijn verbroken. Nu bijna 500 jaar later genieten de historische banden tussen beide gewesten weer een groeiende belangstelling.

Bronnen:
• Vrij naar: Uit de geschiedenis van Appingedam in het begin van de 16e eeuw, door J.Dik.
• Met dank aan Auke Hoft te Appingedam.
=========================

Auteur: Henk Dijkstra
E-mail: 
Valid XHTML 1.0 Strict Valid CSS!